donderdag 20 maart 2014

Nieuwe kansen voor leegkomende boerderijen

In Nederland hebben veel boerderijen en stallen hun agrarische functie verloren. Dit proces zal ook de komende decennia doorgaan. Alterra, een onderzoeksinstituut voor de groene leefomgeving, heeft op verzoek van Innovatie Netwerk in kaart gebracht hoeveel erven tot 2030 naar verwachting hun agrarische functie verliezen. In de bijgevoegde kaart is aangegeven waar ze liggen.

De inschatting van de onderzoekers is dat er circa 24.000 bedrijven zullen stoppen en dat er ook een aanzienlijke leegstand zal ontstaan. Tot 2030 wordt verwacht dat gebouwen met een oppervlakte van ten minste 32 miljoen m² hun agrarische functie zullen verliezen.

Daarvan zal ongeveer de helft een andere invulling kunnen vinden. De resterende circa 15 miljoen m² zal leegstaan. Deze leegstand is groter dan de verwachte leegstand in 2030 als het gaat om kantoorruimte of winkelruimte in Nederland.

 Ruimte voor woon-, werk- of zorgerven
De resultaten van dit onderzoek maken duidelijk dat er de komende jaren veel gedaanteveranderingen zullen plaatsvinden van agrarische erven naar woon-, werk- of zorgerven. Een groot aantal gebouwen zal geen nieuwe functie kunnen vinden.

Vrijkomende boerenerven bieden ruimte aan nieuwe activiteiten in het landelijk gebied. Terwijl deze nieuwe activiteiten tientallen jaren door overheden op diverse niveaus zijn beperkt, is de afgelopen jaren een omslag aan de gang. Verschillende overheden zien vrijkomende locaties in toenemende mate als een kans voor een opwaardering van het landelijk gebied. Gezien de omvang van de veranderingen en de verwachte leegstand, zullen deze kansen ook in de toekomst alleen maar groter en belangrijker worden.

Een economisch en sociaal vitaal landelijk gebied
Hergebruik van vrijkomende agrarische gebouwen als middel om het landelijk gebied economisch en sociaal vitaal te houden, zal de komende decennia een belangrijk thema zijn. Beleidsmakers staan voor de vraag of ze op innovatieve manieren, hergebruik van agrarische gebouwen willen toestaan of zelfs stimuleren. Immers, leegstand op grote schaal zal zowel verlies aan kapitaal als aan cultuurhistorische interessante gebouwen betekenen. Het vraagt ook om vernieuwende vormen van hergebruik.

Knooperven, verzamelerven en andere initiatieven
InnovatieNetwerk ontwikkelt daarom concepten zoals ‘Knooperven’, die vanuit kwaliteitsperspectief meer mogelijk maken op vrijkomende boerenerven. Knooperven zijn boerenerven die door middel van paden en beplanting met elkaar verbonden zijn. De uitdaging in dit concept is om bedrijfsontwikkeling mogelijk te maken in een kleinschalig landschap, en tegelijkertijd burgers kansen te bieden om op grotere knooperven te wonen en verantwoordelijkheid te nemen voor het beheer en onderhoud van de karakteristieke beplanting die de erven verbindt.


Het idee van 'Verzamelerven', dat in West-Brabant wordt ontwikkeld, borduurt hierop verder. De bestaande erven krijgen een nieuwe structuur waarbij verschillende gezinnen die iets gemeenschappelijks hebben samen werken. De bestaande bebouwing wordt grotendeels gesloopt en in plaats hiervan worden nieuwe woningen gebouwd. Iedere woning heeft een privétuin. Daarnaast worden zaken gezamenlijk georganiseerd zoals het beheer van de buitenruimte maar ook een gemeenschappelijk gebouw waar werkruimten, ateliers, bed&breakfast en/of vergaderruimtes worden gemaakt. Gezamenlijk richten deze groepen verenigingen of coöperaties op om de gemeenschappelijke belangen te organiseren.


De ervaringen met het concept ‘Knooperven’ hebben het inzicht opgeleverd dat er veel meer mogelijk – én nodig – is om het landelijk gebied vitaal te houden. De komende jaren zijn meer initiatieven en nieuwe concepten hard nodig. Een uitdaging ook voor al die initiatiefnemers die rondlopen met initiatieven die wel een aantoonbare maatschappelijke toegevoegde waarde bieden maar die nog niet passen binnen het huidige beleid en de gebruikelijke manieren van denken en werken.
 
Dit artikel is voor een groot deel gebaseerd op het rapport "Vrijkomende agrarische bebouwing in het landelijk gebied" uitgegeven door InnovatieNetwerk, maart 2014.
Voor InnovatieNetwerk klik http://bit.ly/1ebvRG1

www.plancompagnons.nl

donderdag 13 maart 2014

Keuze voor een woongebouw op Landgoed De Heivelden


Als landschapsarchitect ben ik benaderd om twee ontwerpen te maken voor de directe omgeving van een nog te bouwen woning op Landgoed De Heivelden te Chaam. De Provincie Brabant moet overtuigd worden om te kunnen bouwen op het landgoed. Hierbij was het de keuze om een landhuis of een boerderij te bouwen. In het verleden heeft er op deze plaats al een boerderij gestaan.

Mijn hulp is ingeroepen omdat de Provincie Brabant een beeld wilden hebben van de toekomstige inrichting van het terrein zowel bij een landhuis als bij een woonboerderij.

Buitenplaats
Wanneer voor een landhuis wordt gekozen krijgt de directe omgeving rondom het huis de sfeer van een buitenplaats. Symmetrie, zichtassen, waterpartijen, formele rozentuinen met beelden en berceaus zijn begrippen die bij dit landschapselement passen.

Woonboerderij
Wanneer voor een woonboerderij wordt gekozen is een terughoudende vormgeving meer voor de handliggend. Symmetrie speelt nauwelijks een rol. De directe omgeving van een boerderij heeft meer de sfeer van een functionele ruimte (erf). Omdat het hier een woonboerderij betreft worden verschillende omhaagde tuinen in de directe omgeving van de woonboerderij voorgesteld.

Boomgaarden
In zowel het ontwerp voor het landhuis met buitenplaats als van de woonboerderij passen verschillende hoogstam fruitboomgaarden. De sfeer van de in het gelid staande bomen in een grasveld of wei sluiten perfect aan bij de esthetica van een buitenplaats en/of het functionele van een boerderij.

Landgoed
Beide typen huizen passen perfect in de sfeer van het reeds aanwezige landgoed. Toch heeft de Provincie Brabant een voorkeur uitgesproken voor een woonboerderij. De terreininrichting zal hierop verder worden aangepast. Door de tuinontwerpen ontstaat er een overgang van boerderij, bijgebouwen, erf met tuinen naar het landgoed met weilanden, lanen en bospercelen.

www.plancompagnons.nl

woensdag 5 maart 2014

De boomgaard als onderdeel van een boerenerf


Wanneer men over een boerderijtuin of boerenerf fantaseert, rijzen de beelden op van een boerenbedrijf met erf, moestuin, siertuin en een boomgaard. Zowel het erf als de schuren doen dienst als werkruimte voor de boer. De moestuin en de boomgaard werden aangelegd vanwege de opbrengst van groenten en fruit. Oude boomgaarden bestonden uit hoogstamfruitbomen omdat men nog niet bekend was met het telen van halfstam of  laagstam bomen. Half- en laagstam bomen kunnen vanaf de grond geplukt worden terwijl voor hoogstambomen de ladder gebruikt moet worden. Door dit gebruiksongemak en de lagere opbrengst zijn veel hoogstam boomgaarden verdwenen. Gelukkig is er de laatste jaren weer aandacht voor hoogstam fruitbomen waardoor de sfeer die deze boomgaarden uitstralen bewaard blijft.

Plantwijze in de boomgaard
In de commerciële boomgaarden wordt voor de laagstambomen een plantafstand van circa 2 meter aangehouden. Vaak worden de laagstambomen geleid waardoor een strak geheel ontstaat. Alles is gericht op een hoge opbrengst en een efficiënte manier van oogsten en beheren.
Voor hoogstambomen  wordt een plantafstand aangehouden van circa 12 meter. De bomen groeien uit tot volwassen bomen. Door de grote plantafstand staan ze niet in de schaduw van de andere bomen uit de gaard. De bomen worden gesnoeid om licht in de kroon te houden. Hierdoor krijgen de vruchten de kans om zich goed te ontwikkelen.
Het traditionele beeld van een boomgaard is deze van bomen, stelselmatig in rijen geplant. Soms zie je ook boomgaarden waarbij de bomen in een losse zetting zijn geplaatst. Vaak is dit ontstaan na verlopen van decennia wanneer bomen verdwijnen en nieuwe bomen in opengevallen gaten worden bij geplant.

Keuze van fruitbomen
Bij de fruitkeuze voor de boomgaard kiest men meestal de bekende hoofdsoorten zoals appels, peren, pruimen en kersen. Binnen deze soorten zijn er verschillende variëteiten die vruchten leveren in diverse smaken en gebruiksmogelijkheden. Bij het kiezen van vruchtbomen is het handig te letten op de verschillende eigenschappen van de bomen. Enkele voorbeelden van zaken waar op gelet kan worden zijn:
  • Smaak van de vruchten. Wanneer u een voorkeur heeft voor een lekkere vrucht kunt u deze soort kiezen. Als u de ruimte heeft, kunt u er het beste voor zorgen dat er voor iedereen wat bij zit.
  • Pluktijd. Houd rekening met de pluktijd van de verschillende soorten. Wanneer deze op elkaar aansluiten heeft men over een langere periode fruit. Dit is beter dan wanneer alle vruchten tegelijk rijp zijn.
  • Bestuiving. Sommige rassen zijn zelfbestuivend terwijl andere rassen een bepaalde variëteit in de omgeving nodig hebben om bevrucht te worden. Houd hier rekening mee met de keuze van soorten.
  • Gebruik. Kies fruitbomen voor verschillend gebruik, zoals stoof- en handperen, moes- en handappels, gewone- en bakpruimen. De variatie zorgt voor de meerwaarde.
  • Groeiomstandigheden. Appels doen het goed op vruchtbare gronden terwijl kersen goed gedijen op zandgronden. Perziken hebben behoefte aan enige beschutting. Houd rekening met de groeiomstandigheden van de verschillende soorten.
Boomgaard als grasland
Het is gebruikelijk de boomgaard in een grasland aan te planten. Het is mooi wanneer dit grasland als hooiland gebruikt wordt omdat het zich dan ook als kruidenrijk gebied kan ontwikkelen. Zo’n weiland kan twee maal per jaar gemaaid en gehooid worden. De tweede maaibeurt zal tegenvallen omdat met het oogsten het gras betreden moet worden. De grootste meerwaarde zit hem in de kruidenrijkdom van het hooiland.
Vaak wordt een boomgaard beweid. Schapen, geiten, koeien en pony’s zijn geschikt om de boomgaard te begrazen. In de periode dat het fruit rijp is en van de bomen kan vallen zal het vee ergens anders moeten grazen. Zij kunnen zich ziek eten aan het fruit.
Zowel wanneer men de boomgaard maait als wanneer men deze laat begrazen zullen de bomen beschermd moeten worden tegen beschadigingen of vraat.


www.plancompagnons.nl

vrijdag 21 februari 2014

De ontwikkeling van het boerenerf

Een boerenerf is een landschapselement met ‘voor en achter’, ‘sier en nut’ en ‘wonen en werken’. In eerste instantie was er van een dergelijke scheiding in ruimte en vormgeving geen sprake. Wonen en werken vonden plaats in één ruimte en onder één dak. Er was wel een taakverdeling tussen de bewoners van de boerderij, maar deze scheiding in taakverdeling was niet altijd op het erf waar te nemen.
Toegenomen welvaart bracht een steeds grotere scheiding aan tussen de taakverdeling. Daarmee werd ook het onderscheid tussen wonen en werken meer zichtbaar. Het werkgedeelte was het domein van de man. Het domein van de vrouw bestond uit het voorgedeelte. Dit was de plek waar gewoond werd. In de tuin werd langzamerhand de sier belangrijker dan het nut. Het was een onderscheid tussen vies en schoon, tussen geld verdienen en geld uitgeven.

Scheiding verantwoordelijkheden
Van nature was bekend wie wààr de baas was en welke regels waar golden. De scheiding tussen de taakverdelingen van man en vrouw in ‘achter’ en ‘voor’ is niet verwonderlijk te noemen. ‘Achter’ werd het geld verdiend en ‘voor’ werd het, zij het met beleid, weer uitgegeven. En ook hier gold al de regel: Hoe meer er verdiend werd, des te meer werd er uitgegeven om deze welgesteldheid ook aan de buitenwereld te laten zien.

Siertuin
Vanaf halverwege de 19e eeuw werd het pronken belangrijker. Boeren begonnen een welvarender bestaan te leiden waardoor de sier aan de voorzijde van de boerderij het langzaam begon te winnen van het nut. De buitenwereld mocht aan het woonhuis en de voortuin de rijkdom van de familie aanschouwen.
Niet alleen de indeling van het erf veranderde, maar daarbij ook de bouwstijl van de woonhuizen. De vrijere architectuur liet zo ook iets zien van de rijkdom van het boerenbedrijf.

Van werkboerderij naar woonboerderij
Veel boerenerven hebben de laatste jaren door functieveranderingen in het landelijk gebied een
transformatie ondergaan, waarbij lang niet altijd rekening is gehouden met de historische achtergronden. Het is echter juist de aandacht voor de historie die een boerenerf een kwaliteitsimpuls kan geven. Vandaag de dag is de aandacht voor historische elementen groeiende. Particulieren hebben weer oog voor de lokale, kenmerkende aspecten van boerderijen en hun erven.



Grondregels voor de (her)inrichting van een erf
Voor de inrichting van het erf is een aantal basisprincipes te noemen. Een boerenerf sluit aan op het omliggende landschap (zowel in vorm als in materiaalgebruik). Het is een terrein dat gebruik maakt van de zichtlijnen naar de omgeving. Het sluit zich bij voorkeur niet af van het omringende landschap. Daar waar privacy of windbeschutting gewenst is kan dit met inheemse beplanting bereikt worden. Het principe van ‘voor’ en ‘achter’ is een belangrijk basisprincipe bij het inrichten van uw erf. De siertuin om mee te showen is in deze huidige tijd ook belangrijk, maar een harmonisch en cultuurhistorisch ontworpen erf is een pareltje voor de omgeving!


Bij het opstellen van dit artikel is gebruik gemaakt van “Het boerenerf als visitekaartje” door Jan-Olaf Tjabringa, juli 2007

www.plancompagnons.nl

woensdag 12 februari 2014

Boerenerf bij langgevelboerderderij in Brabant

Een langgevel boerderij uit 1898 is omgevormd tot een conferentieoord. De boerderij heeft vergaderruimtes, slaapplaatsen voor groepen en een mogelijkheid om te eten en feesten of andere activiteiten te ondernemen. Insteek bij dit alles is om de sfeer van de langgevelboerderij in stand te houden. Bij de boerderij zijn naast de langgevelboerderij (woonhuis met stal) ook een Vlaamse schuur, karrenkooi en bakhuis aanwezig. Alle gebouwen zijn gerestaureerd en staan in functie van de nieuwe bestemming.
Oorspronkelijk was er een zanderf bij boerderijen in dit deel van Brabant aanwezig. Ook dit element is in de nieuwe plannen uitgewerkt.

Erf
Het erf wordt in oude staat terug gebracht.  Alle niet passende beplanting is verwijderd.  Coniferen en kerstdennen zijn gerooid. Opschot, zaailingen, sierheesters en dergelijke zijn verwijderd en onderkomen fruitbomen worden gesnoeid.

Rondom de gebouwen op het erf is een 0,80 m brede rand van gebakken klinkers aangebracht. Een looplijn tussen entree woonboerderij en bakhuis is eveneens gemarkeerd met gebakken klinkers. Voor de afwatering van het erf is een 0,80 m brede goot gemaakt met kinderkopkeien.
Rondom de oude waterput die nog aanwezig is, zijn de oorspronkelijke kinderkopkeien teruggebracht. Dit onderdeel functioneert als terras voor grotere groepen.
Op het erf is een grote kippenren gemaakt die bijdraagt aan de beleving van het erf. De moestuin, boomgaard en kippen leveren de ingrediënten voor de gerechten die in de eigen keuken worden gebruikt en aan de gasten geserveerd. 

Beplanting
Enkele grote bomen zoals Noot, Tamme kastanje en Linde worden bij geplant. De geknotte paardekastanjes, aan de voorzijde van de woonboerderij, zijn verwijderd en vervangen door lindes. Deze zijn, zoals op de historische foto’s, dichter tegen de boerderij geplaatst.                
Een aan te brengen 3 m brede blokhaag van Gewone beuk, tussen de berm en het zandige voorerf, markeren de boerderij en geven de relatie aan met een verderop gelegen boerderij hoeve.



Op sommige momenten zijn er veel gasten op de boerderij. Voor al deze gasten dient parkeerruimte te zijn. Om te voorkomen dat er een zakelijk parkeerterrein gemaakt zou moeten worden is een ander voorstel gedaan. Er is een dubbele eiken laan aangeplant waar tussen de bomen, in de berm van de weg, de auto's geparkeerd worden. De ondergrond van de berm is met puin gefundeerd en afgewerkt als grasberm. Er zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Wanneer er echter minder gasten zijn biedt de laan een passend landschapselement dat aansluit bij de landelijke omgeving.

www.plancompagnons.nl

 

dinsdag 4 februari 2014

Maak van je boerderijtuin een lust en geen last

Vaak is de boerderijtuin stukken groter als de tuin bij een stadse woning. Allereerst is er het erf met daarbij een siertuin, moestuin boomgaard en weilanden. Wanneer mensen vanuit "de stad" in het landelijk gebied op een boerderij gaan wonen hebben zij wel ideeën over hoe zij de inrichting van hun nieuwe woonstek willen hebben. Vaak lijkt dit idee dan op een vergrootte stadstuin. Mijn gedachte is dat dit niet leidt tot een juiste landschappelijke inpassing in het buitengebied. Voor de boerderijbewoner is er echter nog een groter euvel. Een "stadse tuin" in het buitengebied vergt enorm veel tijd omdat het vaak de afmetingen heeft van een park. In het ontwerp moet er dus wel degelijk nagedacht worden over hoe het onderhoud in de toekomst zal gaan plaatsvinden. Wanneer dit onderhoud door de bewoners zelf gedaan wordt is het fijn,

wanneer men een keer geen zin of tijd heeft om dit op zich te nemen, dat het ontwerp niet in elkaar zakt.

Intensief - extensief
Probeer zoveel mogelijk een indeling te maken waarbij rondom de woning de meest intensief te onderhouden tuinonderdelen komen. Denk hierbij aan de siertuin met bloemen en een gazon. Wanneer je niet over een automatische grasmaaier beschikt, bedenk dan dat een groot gazon veel onderhoud vergt. Ook de moestuin vergt veel en regelmatig aandacht. Sta stil bij het feit dat een traditionele moestuin in de winter niet altijd het fraaiste onderdeel is. Dit kun je trouwens met een inventief ontwerp wel naar een hoger niveau tillen.
Landschappelijke elementen
De indeling van een boerderijtuin van intensief naar extensief biedt veel mogelijkheden voor natuurlijke elementen. Denk hierbij aan paddenpoelen, hakhoutbosjes, houtsingels, een vogelbos, bloemenweiden, een hoogstamboomgaard en dergelijke. Deze landschappelijke elementen bieden een habitat voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Het wil echter niet zeggen dat deze elementen geen onderhoud nodig hebben. Wel is het zo dat wanneer het onderhoud op een vakkundige manier geschiedt dit binnen de perken te houden is. Dat het juist niet zo aangeharkt is als de siertuin verhoogt de charme en de ecologische waarde van deze elementen.

www.plancompagnons.nl

zaterdag 1 februari 2014

Start van een blog over boerderijtuinen

Vandaag is een speciale dag voor me. Als tuin- en landschapsarchitect wil ik mijn ervaringen over het ontwerpen en realiseren van boerderijtuinen met de lezers delen. Het is de bedoeling dat er regelmatig artikelen verschijnen uit de praktijkervaringen met boerderijtuinen. Hoe vaak de artikelen verschijnen is nog niet duidelijk. Het streven is om dit wekelijks te doen. Er zullen altijd afbeeldingen, illustraties of foto's aan het artikel toegevoegd worden om de tekst te verhelderen.

Vanochtend ben ik langs gegaan bij de uitvoering van een boerderijtuin die in 2012 is ontworpen en nu wordt gerealiseerd. Ik merk dat iedereen die erbij betrokken is veel voldoening krijgt van het resultaat van dit soort projecten.
Het gaat om een boerderijtuin bij een gebouw dat in 1939 is gerealiseerd. Op het terrein van circa 1,2 hectare stond slechts één boom. Deze boom moest wijken omdat juist daar de uitbreiding van de woning is gepland. In samenspraak met de nieuwe bewoners hebben we gekozen voor een natuurlijke inrichting waarbij de privacy van het terrein wordt verbeterd en het uitzicht wordt benadrukt. Afgelopen winter zijn haast alle houtsingels en bomenrijen aangeplant. Er is een paddenpoel gegraven en de uitkomende grond is verwerkt in houtwallen. Op deze houtwallen is eikenhakhout aangeplant. Deze werkzaamheden zijn voor een groot deel gesubsidieerd door het Brabants Landschap.

Vanochtend is iemand langs gekomen van IVN om een uilenkast af te leveren (gesubsidieerd). Er komen steenuiltjes in het gebied voor en de omgeving is geschikt gemaakt om deze kleine roofvogel een habitat te bieden.

De plantwerkzaamheden zijn door de bewoners zelf uitgevoerd. Hierbij hebben zij hulp gekregen van familie en vrienden. Ikzelf ben ook bij deze werkzaamheden aanwezig geweest om de nieuwe bewoners aanwijzingen te geven om tot een goed resultaat te komen.

Volgende keer meer over dit project of andere interessante boerenerven, landelijke tuinen en/of boerderijtuinen.

Plancompagnons landschapsarchitecten bnt