dinsdag 29 juli 2014

Boerderijen in de Champagnestreek van Frankrijk

Sinds 2012 ben ik bezig met een wandeltocht vanuit Breda naar Jeruzalem. Jaarlijks loop ik  een stuk van deze pelgrimstocht. In de zomer van 2014 ben ik van Reims naar Pontarlier gewandeld en heb onder andere de Champagnestreek doorkruist. Hier zijn me een aantal zaken opgevallen bij de boerderijen en de boerenerven die erbij horen.

Dorpsboerderijen
In de Champagnestreek worden wijngebieden afgewisseld met akkers. Alles gebeurt op een grootschalig manier. Opvallend is dat er nagenoeg geen boerderijen solitair in het landschap staan. De boerderijen zijn geclusterd in dorpjes en gehuchten. Boerenschuren en hun grote poorten sluiten vaak direct op de straat aan. De woning ligt iets terug of staat loodrecht op de straat. Het erf sluit zowel aan op de schuren en bedrijfsgebouwen enerzijds en de woning anderzijds. Deze erven worden meestal afgeschermd door middel van een hekwerk met een statige poort.

Afhankelijk van de rijkdom van het gebied is de woning eenvoudig of luxer uitgebouwd. In sommige gevallen is de woning een "petit chateau".

Erven van de Champagne
Opvallend is dat haast alle erven bestaan uit half verharding (grind of split). De indeling is vrij eenvoudig en gericht op de functie van het boerenbedrijf. Nabij de woning wordt met behulp van potten of bakken de boel opgefleurd. In de plantenbakken worden kleurige vaste planten of eenjarigen gebruikt. Bomen die rondom de boerderij voorkomen bestaan voornamelijk uit fruitbomen (appels, peren, pruimen, kersen en noten) en lindes.
Vaak ligt aan de andere zijde van de boerderij een moestuin waar groenten, kruiden en kleinfruit worden gekweekt voor eigen gebruik. Zoals bekent houden de Fransen van lekker eten.

Grootschalige ontwikkelingen
Omdat ook in Frankrijk de schaal van de landbouw vergroot ontstaan er nieuwe ontwikkelingen. Op kruisingen van landbouwwegen ontstaan haast industriële complexen. Deze schuren worden gebouwd zonder woningen. De boeren blijven in de dorpen en gehuchten bij elkaar wonen.



vrijdag 23 mei 2014

Hoe zuinig is Twente op zijn historische boerderijen en erven?



Veel boerderijen op het Twentse platteland vertonen achterstallig onderhoud. In een verontrustend aantal gevallen staan de niet bewoonde onderdelen van de oude boerderij en de bijgebouwen leeg en onbenut. Soms dreigt zelfs sloop. Dat klinkt allemaal nogal somber maar dat is toch niet het hele verhaal: er is meer mogelijk dan men denkt…
Op vrijdag 16 mei 2014 praatten ruim 80 eigenaren, gemeenteambtenaren en erfgoedspecialisten over de leegstandsproblematiek en over de kansen van herbestemming van de voormalig agrarische gebouwen. Op uitnodiging van de recent opgerichte boerderijenstichting Twentse Erven en van de Koninklijke Nederlandse Heidemaatschappij (KNHM) afdeling Overijssel, waren de mensen bijeen in ’t Hoogspel in Ambt Delden.
De inspiratie voor de levendige discussies over de bedreigingen van het Twents agrarisch erfgoed en over de kansen om er nog wat van te redden, werd geboden door de resultaten van het onderzoek dat is verricht in de omgeving van Markelo (gemeente Hof van Twente). Dat onderzoek – een initiatief van Maarkels Landschap en uitgevoerd door Bureau Fenicks – laat verontrustende cijfers zien. Onderzoeker Jan-Hylke de Jong toonde aan dat de situatie zorgelijker is dan het op het eerste gezicht lijkt. Zeker 26% van de boerderijen, ongeacht of er nog geboerd wordt of niet, is bouwkundig matig tot slecht en dus niet bij de tijd. Niet minder dan 7% kan als bouwvallig, zelfs als rijp voor afbraak worden beschouwd. Voor schuren en andere bijgebouwen ligt dat percentage nog wat hoger: op 14%.
Het onderzoek van Bureau Fenicks geeft tevens aan welke kansen er zijn voor succesvolle herbestemming. Daarbij is aan de hand van een aantal meetbare criteria onderzocht in welke richting die herbestemming zou moeten gaan: dubbele bewoning, woning met kantoor, Bed&Breakfast, een camping en wellicht zorgvoorzieningen. Allemaal toepassingen die op de betreffende plek in principe economisch haalbaar zouden moeten zijn.
De door de naar ’t Hoogspel gekomen boerderijliefhebbers gevoerde discussies, haakten in op de uitkomsten van het onderzoek. Wat opviel was dat herbestemming als een bijna vanzelfsprekende oplossing wordt beschouwd. Maar ook dat de boerderijeigenaar daarbij vooral kijkt naar de gemeente. Men wil zelf wel aanpakken maar verwacht in ruil voor de beoogde verbetering, een coulante en meedenkende houding van de kant van de overheid.
Twentse Erven wil in het proces van herbestemming een bemiddelende rol spelen . De jonge stichting hoopt de deskundigheid van alle betrokken partijen te kunnen mobiliseren. Aan enthousiasme om daar aan mee te werken ontbreekt het niet. Dat gaven de boerderijliefhebbers die deelnamen aan dit symposium unaniem aan. Dat gold ook voor de aanwezige en nieuwbenoemde wethouders en hun ambtenaren.
Dit bericht is integraal overgenomen van www.erfgoedstem.nl


maandag 14 april 2014

Intieme cottagetuin in landelijk villapark


Voor een gezin dat in een villa in cottagestijl woont is een tuinontwerp gemaakt. De woning staat in een landelijk gelegen villapark op een perceel van circa 3.300 m².
De reden van de aanpassingen aan de tuin zijn een verdubbeling van de tuin en de nieuwbouw van een vrijstaande garage/kantoor. Door deze aanpassingen is besloten de gehele tuin opnieuw te ontwerpen en te herinrichten.

Proces tuinontwerp
In een eerste gesprek zijn de  wensen en eisen van de bewoners aanbod gekomen. Hiervan is een programma van eisen gemaakt dat door hen is goedgekeurd. Vervolgens is de tuin opgemeten waarbij met name de waardevolle beplantingen en de bestratingen nauwkeurig in kaart zijn gebracht. Op basis van het programma van eisen en wensen is een voorlopig ontwerp uitgewerkt.

De cottagestijl van zowel de woning als het nieuwe bijgebouw vormen de basis van de nieuwe tuin. Het plan is met de tuineigenaren besproken en verwerkt in een definitief ontwerp. Met behulp van de uitvoeringstekeningen en een werkomschrijving is een aanbesteding georganiseerd. Hierbij zijn drie vakkundige bedrijven gevraagd prijs te geven voor de uitvoering van deze tuin. De hovenier met de meest aantrekkelijke aanbieding wordt het werk gegund. Hierbij is zowel naar de prijs als naar de wijze van aanpak van de uitvoering gekeken.

Tijdens de realisatie is toezicht gehouden of het werk in goede orde is uitgevoerd.
Tuin in cottagestijl
Een tuin in cottagestijl wordt gekenmerkt door verschillende tuinkamers die door middel van lage en hoge hagen van elkaar gescheiden zijn. Ieder tuinkamer heeft een eigen functie en daardoor een eigenzinnig karakter. De paden bestaan uit verschillende materialen zoals grind, gebakken klinkers en natuursteentegels. De beplanting bestaat uit strakke hagen, bloemborders, verschillende tuinkamers met een thema. Thema’s kunnen gebaseerd zijn op de functie zoals (gebruikstuin,rusttuin e.d.), type planten (rozen-, moes- of kruidentuin e.d.) of karakter (watertuin, grindtuin, witte tuin e.d.). Het geheel straalt een landelijke sfeer uit.
Ontwerp van de cottagetuin
De voortuin bestaat grotendeels uit grind met bomen waaronder geparkeerd kan worden. Nabij de woning is een plein gemaakt om de toegang tot het woonhuis te accentueren. Een “loper” van gebakken klinkers geeft de richting aan vanaf de toegangspoort naar de voordeur. Rondom deze entree zijn rododendrons aangeplant.

Een strakke vijver grenzend aan de terrassen van de veranda en de keuken kan tevens gebruikt worden als zwemvijver. Gekozen is voor een zwemvijver in plaats van een strak zwembad. De zwemvijver sluit beter aan bij de landelijke sfeer van de cottagetuin. Daarnaast ligt de zwemvijver prominent in het zicht van twee belangrijke terrassen. Een zwemvijver wordt op een biologische wijze gezuiverd. Waterplanten maken onderdeel uit van de vijver waardoor deze natuurlijker overkomt.
De verschillende tuinkamers zijn in gebruik als:
- bloementuin met twee langgerekte borders en een centrale waterfontein;
- schaduwtuin met varens, hosta’s, hortensia’s en andere schaduwplanten;
- een pleintje bij de voordeur, bestraat met natuursteenkeien;
- een speeltuin met trapveld en boomhut; Een en ander aangrenzend aan de zwemvijver.
Verspreid door de tuin zijn kunstwerken geplaatst die door de bewoners zelf zijn uitgekozen.

 


 www.plancompagnons.nl

maandag 7 april 2014

De aantrekkingskracht van een moestuin


Een moestuin is vaak een onderdeel van een boerderijtuin. Buitenlui zijn mensen die bewust kiezen om in een groene omgeving te wonen en verantwoord te leven. Gezond eten maakt hier onderdeel vanuit. Het kweken van eigen groenten zonder gebruik te maken van chemische middelen hoort bij de eigen moestuin.
Een moestuin; veel werk?
Beginnende moestuinders vergissen zich in de hoeveelheid werk die een moestuin vraagt. Het bewerken en verbeteren van de grond, het zaaien, verspenen en planten van het plantgoed, het verwijderen van onkruiden, het opbouwen van een composthoop en het oogsten; alles is handwerk. Na verloop van tijd, wanneer de passie voor het tuinieren in de moestuin is ontwaakt, ontstaat een andere ervaring. Omdat je met plezier in de moestuin bent, wordt het werk tussendoor gedaan. Tijdens het ‘crop-watching’ wordt nog gauw wat weggewerkt, opgebonden, aangeharkt, weggeplukt, omgespit of geoogst. De moestuin neemt voor het gevoel echt niet zoveel tijd in beslag. Mensen die het wel als tijdrovend beschouwen, zijn minder enthousiast en geven de moestuin op. Bij hen blijft het idee bestaan dat een moestuin veel tijd vergt. Uiteindelijk is het een idee dat je voor jezelf oproept of het veel werk is of dat het wel mee valt.
Een moestuin op de juiste plek
Voor de opbrengst kies je voor de moestuin een plaats met vruchtbare grond, op een zonnige plek die niet te winderig is. Omdat je er regelmatig bent, ligt de moestuin niet te ver van de woning.
Een goed aangeplante en bijgehouden moestuin is een lust voor het oog in het groeiseizoen. Ondanks de functionele opzet van een moestuin heeft het altijd iets rommeligs; de composthoop, planten die aan het eind van hun groei zijn, net geoogste vakken, onkruiden na een warme natte periode wanneer je net weinig tijd hebt gehad. Daarnaast zijn de meeste moestuinen in de winter kaal en triest. Vandaar dat de moestuin beter niet in het zicht vanuit terrassen of de woning wordt aangelegd.
Voorbeeld van een aantrekkelijke moestuin
Hierboven is een beeld geschetst van de traditionele moestuin. Dat het anders kan bewijst de moestuin bij restaurant Villa Augustus te Dordrecht. Door de moestuin een duidelijke structuur te geven die symmetrisch lijkt, maar wanneer je er doorheen gaat vele verrassingen heeft, ontstaat een aantrekkelijk beeld. In de winter geven groenblijvende hagen, leifruitbomen, staketsels voor het opbinden van bonen, bramen en frambozen, pergola’s voor druiven, een waterpunt en verschillende kassen, het geheel een levendige sfeer. Met (oude) bestratingmaterialen is het mogelijk enkele hoofdpaden een belangrijker karakter te geven tegenover de zandpaden tussen de verschillende gewassen in. Met deze middelen kan iedere situatie een eigen aantrekkelijk karakter krijgen. Met de juiste aandacht en instelling is een moestuin een prima plek voor ‘het nut ende vermaeck’ in de landelijke tuin.






donderdag 27 maart 2014

Robuuste tuin bij monumentale boerderij

 
De familie Schell heeft me benaderd voor het maken van een ontwerp voor de tuin, erf en directe omgeving van hun monumentale boerderij Westerhoeve te Barendrecht.
De Westerhoeve is een boerderij van het Vlaamse middenlangsdeeltype en stamt uit begin 19de eeuw. Het woonhuis heeft een puntgevel en zadeldak. De dubbele voordeur is geplaatst in een pilasteromlijsting. De boerderij ligt langs de historische Voordijk op een eiland. Buiten de omringende waterpartijen is een nieuwbouwwijk gebouwd en een ontsluitingsweg voor de wijk aangelegd. Deze wijk is genoemd naar de monumentale boerderij Westerhoeve.

De opdrachtgever heeft allerlei ideeën voor zijn tuin en erf maar kan er geen passend plan voor smeden. In een startoverleg zijn de ideeën van de heer en mevrouw Schell aangehoord en is gezamenlijk het terrein bekeken. Als ontwerper heb ik geproefd aan de sfeer van de Westerhoeve. Na de eerste kennismaking is een programma van eisen opgesteld. Dit programma vormt de basis voor het verdere ontwerp.





Ontwerp boerderijtuin
Uitgaande van de eisen en wensen van de opdrachtgever is een opdeling van het terrein voorgesteld: erf, siertuin met terras, bleek, moestuin, boomgaard en weilanden met paardenbak.
Het erf blijft grotendeels zoals het nu is, met split afgestrooid asfalt. Een praktische oplossing passend in de sfeer van de boerderij. Het erf biedt voldoende parkeerruimte voor de auto’s van de bewoners en hun bezoek. Omdat er in de verschillende schuren nijverheid plaatsvindt, ontstaat op het erf een passende levendigheid.
De siertuin met het terras sluiten aan op het woongedeelte van de boerderij en zijn formeel ingericht. Het oorspronkelijke houten prieel is in de vormgeving opgenomen. Grind, gebakken klinkers, formele rozenvakken en leibomen. De oorspronkelijke waterput is in het terras opgenomen.
Aansluitend op de siertuin liggen een grasveld (bleek) en een moestuin met kippenren. De moestuin is met een houten hek afgeschermd van de vrijlopende kippen.
Achter de boerderij is een groot deel van het oorspronkelijke erf opgeofferd voor een boomgaard met hoogstam fruitbomen. Deze boomgaard verbindt de verschillende, op het terrein aanwezige, schuren met elkaar.
Om tot een juiste verhouding op het terrein te komen en verbindingen tussen verschillende delen van het terrein te realiseren is de paardenbak verkleind. De bestaande weilanden zijn bewaard gebleven. Op diverse plekken zijn bomen aangeplant.

Privacy en sfeer
Om de privacy en de sfeer van het terrein te vergroten is aan twee zijden van het terrein een beplantingssingel voorgesteld. Deze rand is circa vijf meter breed en bestaat uit soorten als Els, Es, Wilg en Berk. Er ontstaat een passende afscheiding tussen boerderij met erf en tuinen en de omliggende woonwijk. Daarnaast biedt de beplanting hout voor de openhaard of kampvuur. Eens in de vijf à zeven jaar kan een deel van de beplanting worden gekapt waarna deze weer uitgroeit. In de inheemse beplantingssingel ontwikkelt zich een rijke kruidenvegetatie die past bij dit gebied. De groene rand biedt een habitat voor verschillende inheemse vogels.



www.plancompagnons.nl


donderdag 20 maart 2014

Nieuwe kansen voor leegkomende boerderijen

In Nederland hebben veel boerderijen en stallen hun agrarische functie verloren. Dit proces zal ook de komende decennia doorgaan. Alterra, een onderzoeksinstituut voor de groene leefomgeving, heeft op verzoek van Innovatie Netwerk in kaart gebracht hoeveel erven tot 2030 naar verwachting hun agrarische functie verliezen. In de bijgevoegde kaart is aangegeven waar ze liggen.

De inschatting van de onderzoekers is dat er circa 24.000 bedrijven zullen stoppen en dat er ook een aanzienlijke leegstand zal ontstaan. Tot 2030 wordt verwacht dat gebouwen met een oppervlakte van ten minste 32 miljoen m² hun agrarische functie zullen verliezen.

Daarvan zal ongeveer de helft een andere invulling kunnen vinden. De resterende circa 15 miljoen m² zal leegstaan. Deze leegstand is groter dan de verwachte leegstand in 2030 als het gaat om kantoorruimte of winkelruimte in Nederland.

 Ruimte voor woon-, werk- of zorgerven
De resultaten van dit onderzoek maken duidelijk dat er de komende jaren veel gedaanteveranderingen zullen plaatsvinden van agrarische erven naar woon-, werk- of zorgerven. Een groot aantal gebouwen zal geen nieuwe functie kunnen vinden.

Vrijkomende boerenerven bieden ruimte aan nieuwe activiteiten in het landelijk gebied. Terwijl deze nieuwe activiteiten tientallen jaren door overheden op diverse niveaus zijn beperkt, is de afgelopen jaren een omslag aan de gang. Verschillende overheden zien vrijkomende locaties in toenemende mate als een kans voor een opwaardering van het landelijk gebied. Gezien de omvang van de veranderingen en de verwachte leegstand, zullen deze kansen ook in de toekomst alleen maar groter en belangrijker worden.

Een economisch en sociaal vitaal landelijk gebied
Hergebruik van vrijkomende agrarische gebouwen als middel om het landelijk gebied economisch en sociaal vitaal te houden, zal de komende decennia een belangrijk thema zijn. Beleidsmakers staan voor de vraag of ze op innovatieve manieren, hergebruik van agrarische gebouwen willen toestaan of zelfs stimuleren. Immers, leegstand op grote schaal zal zowel verlies aan kapitaal als aan cultuurhistorische interessante gebouwen betekenen. Het vraagt ook om vernieuwende vormen van hergebruik.

Knooperven, verzamelerven en andere initiatieven
InnovatieNetwerk ontwikkelt daarom concepten zoals ‘Knooperven’, die vanuit kwaliteitsperspectief meer mogelijk maken op vrijkomende boerenerven. Knooperven zijn boerenerven die door middel van paden en beplanting met elkaar verbonden zijn. De uitdaging in dit concept is om bedrijfsontwikkeling mogelijk te maken in een kleinschalig landschap, en tegelijkertijd burgers kansen te bieden om op grotere knooperven te wonen en verantwoordelijkheid te nemen voor het beheer en onderhoud van de karakteristieke beplanting die de erven verbindt.


Het idee van 'Verzamelerven', dat in West-Brabant wordt ontwikkeld, borduurt hierop verder. De bestaande erven krijgen een nieuwe structuur waarbij verschillende gezinnen die iets gemeenschappelijks hebben samen werken. De bestaande bebouwing wordt grotendeels gesloopt en in plaats hiervan worden nieuwe woningen gebouwd. Iedere woning heeft een privétuin. Daarnaast worden zaken gezamenlijk georganiseerd zoals het beheer van de buitenruimte maar ook een gemeenschappelijk gebouw waar werkruimten, ateliers, bed&breakfast en/of vergaderruimtes worden gemaakt. Gezamenlijk richten deze groepen verenigingen of coöperaties op om de gemeenschappelijke belangen te organiseren.


De ervaringen met het concept ‘Knooperven’ hebben het inzicht opgeleverd dat er veel meer mogelijk – én nodig – is om het landelijk gebied vitaal te houden. De komende jaren zijn meer initiatieven en nieuwe concepten hard nodig. Een uitdaging ook voor al die initiatiefnemers die rondlopen met initiatieven die wel een aantoonbare maatschappelijke toegevoegde waarde bieden maar die nog niet passen binnen het huidige beleid en de gebruikelijke manieren van denken en werken.
 
Dit artikel is voor een groot deel gebaseerd op het rapport "Vrijkomende agrarische bebouwing in het landelijk gebied" uitgegeven door InnovatieNetwerk, maart 2014.
Voor InnovatieNetwerk klik http://bit.ly/1ebvRG1

www.plancompagnons.nl

donderdag 13 maart 2014

Keuze voor een woongebouw op Landgoed De Heivelden


Als landschapsarchitect ben ik benaderd om twee ontwerpen te maken voor de directe omgeving van een nog te bouwen woning op Landgoed De Heivelden te Chaam. De Provincie Brabant moet overtuigd worden om te kunnen bouwen op het landgoed. Hierbij was het de keuze om een landhuis of een boerderij te bouwen. In het verleden heeft er op deze plaats al een boerderij gestaan.

Mijn hulp is ingeroepen omdat de Provincie Brabant een beeld wilden hebben van de toekomstige inrichting van het terrein zowel bij een landhuis als bij een woonboerderij.

Buitenplaats
Wanneer voor een landhuis wordt gekozen krijgt de directe omgeving rondom het huis de sfeer van een buitenplaats. Symmetrie, zichtassen, waterpartijen, formele rozentuinen met beelden en berceaus zijn begrippen die bij dit landschapselement passen.

Woonboerderij
Wanneer voor een woonboerderij wordt gekozen is een terughoudende vormgeving meer voor de handliggend. Symmetrie speelt nauwelijks een rol. De directe omgeving van een boerderij heeft meer de sfeer van een functionele ruimte (erf). Omdat het hier een woonboerderij betreft worden verschillende omhaagde tuinen in de directe omgeving van de woonboerderij voorgesteld.

Boomgaarden
In zowel het ontwerp voor het landhuis met buitenplaats als van de woonboerderij passen verschillende hoogstam fruitboomgaarden. De sfeer van de in het gelid staande bomen in een grasveld of wei sluiten perfect aan bij de esthetica van een buitenplaats en/of het functionele van een boerderij.

Landgoed
Beide typen huizen passen perfect in de sfeer van het reeds aanwezige landgoed. Toch heeft de Provincie Brabant een voorkeur uitgesproken voor een woonboerderij. De terreininrichting zal hierop verder worden aangepast. Door de tuinontwerpen ontstaat er een overgang van boerderij, bijgebouwen, erf met tuinen naar het landgoed met weilanden, lanen en bospercelen.

www.plancompagnons.nl